07 Feb 2017 | Massimo Boyer

3 manieren om het onderwaterleven te respecteren

In het artikel Wat zien we onderwater? hebben we kennis gemaakt met de vreemde - en fascinerende- wezens van de diepte.

Op dezelfde manier als wanneer we ons op de weg bevinden we de betekenis van verkeersborden moeten kennen en regels moeten opvolgen, zo moeten we onderwater ook een paar regels volgen om onszelf niet te bezeren of het milieu te beschadigen.

Eerste regelals je onderwater duikt heb je het geweldige privilege een van de weinige mensen te zijn die deze wezens uit de wonderwereld van dichtbij kunnen zien. Maar … een groot privilege brengt grote verantwoordelijkheid met zich mee (het citaat is niet woordelijk hetzelfde, ik heb het wat veranderd): de verantwoordelijkheid van het beschermen en conserveren van de onderwaterwereld voor onszelf en voor mensen die in de toekomst ervoor kiezen er een bezoek aan te brengen. Houd dit voor ogen als je onderwater bent: wat je om je heen ziet is vaak met veel geduld gedurende tientallen jaren door kleine wezentjes opgebouwd. Vermijd het aanraken, breken of beschadigen ervan.  

Regel nummer 2: onderwaterleven moet niet aangeraakt worden. Zelfs niet heel voorzichtig. Het grootste deel van het zeeleven heeft een hele dunne en kwetsbare huid, bedekt met een slijmlaag die het tegen infecties en uitdroging beschermt (ondergedompeld zijn in zeewater veroorzaakt een groot vochtverlies; je weet heel goed dat je heel veel water moet drinken als je gaat duiken, dus stel je eens voor dat je je hele leven daar onder doorbrengt!). Dus als ik een vis aai en denk dat hij dat plezierig vindt, ben ik in feite met mijn grote, ruwe handen bezig de slijmlaag waarmee zijn lichaam is bedekt weg te poetsen en ik stel hem bloot aan het risico van het oplopen van een huidkwaal. En dit is toch niet wat ik wilde, nietwaar? Nog een voorbeeld: de huid van een zeester is ruw en goed beschermd, maar zijn bek zit aan de onderkant van zijn lichaam en zijn maag zit daarbovenop. Als ik een zeester vastpak en hem uit het water haal (maar heel eventjes, hij kan dit niet lang overleven) zal het water uit zijn maag stromen. Als ik hem weer in het water terugdoe moet ik ervoor zorgen dat ik hem ondersteboven neerleg: alleen op die manier zal de luchtbel die zich in zijn maag gevormd heeft door de bek naar buiten kunnen (boer), anders blijft hij liggen en zal hij heel veel pijn krijgen.

Zonder erbij na te denken, en dit is de derde regel, dat als het waar is dat we de meeste zeedieren niet ernstig kunnen bezeren, kunnen sommige ons wel bezeren. Dieren zoals kwallen en zeeanemonen hebben netelcellen die, als we ze aanraken, ons kunnen steken en pijn en jeuk veroorzaken, net als wat we voelen wanneer we in contact  komen met een brandnetel. Kwallen hebben in hun tentakels kleine celletjes, nematocysten genaamd, die een naaldje gevuld met gif hebben. Als we dit naaldje aanraken, krijgen we een micro-injectie met gif… niet sterk genoeg om ons te doden, maar genoeg om ons pijn te doen en ons bij de kwal weg te laten gaan, waarmee hij zijn doel bereikt heeft: verdediging.


Aantekening

Geen enkel zeedier is agressief; het enige wat ze vragen is met rust gelaten worden. Als we ze aanraken zijn we agressief naar hun toe en daarom zullen ze zich soms verdedigen. Sommige sponzen hebben, als ze aangeraakt worden, stekels (net als de kleine naaldjes die in glaswol zitten) die in onze vingers kunnen doordringen en pijn en jeuk veroorzaken.

Zee-egels hebben fragiele stekels die gemakkelijk afbreken en in onze vingers kunnen doordringen en die moeilijk te verwijderen zijn. Het is beter goed te kijken waar ze zijn en te vermijden ze aan te raken: ze bewegen heel langzaam en zullen ons nooit aanvallen! In de tropen zijn er kleine en heel leuke diertjes, zoals kegelslakken (een zeeschelp) of blauw-geringde octopussen. Deze dieren die slecht een paar centimeters groot zijn hebben genoeg gif bij zich om een volwassen man te doden. Zij zullen je nooit aanvallen, het zijn vredelievende wezens, maar raak ze niet aan of ze zullen denken dat ze aangevallen worden en reageren. Raak nooit iets kleurigs aan, onderwater zijn heldere kleuren vaak een waarschuwingsteken.
Veel vissen hebben giftige stekels, bijvoorbeeld schorpioenvissen, of pietermannen, of stekelroggen. Omdat die meestal bewegingloos op de bodem liggen, kunnen we ze per ongeluk aanraken of op ze stappen als we over de bodem lopen. Hun steek kan heel pijnlijk zijn; als we onderwater zijn, is het beter niet de bodem aan te raken zonder eerst goed te kijken of met een plotselinge beweging tegen een rots aan te botsen.

Als laatste zijn er ook vissen met sterke tanden en grote bekken en die zouden kunnen bijten. Murenen, haaien, barracuda’s, sommige trekkervissen kunnen ons flink verwonden als ze ons zouden aanvallen, maar gewoonlijk doen ze dat niet. Als ze al bijten is dat alleen maar om zich te verdedigen: moeten hun territorium respecteren, zoals we dat ook doen bij grote dieren die we op het land tegen kunnen komen (een hond bijvoorbeeld) en zij doen hetzelfde. Kijk, raak niets aan en er zal niets ergs gebeuren.

Eerlijk gezegd worden we onderwater soms aangevallen door heel kleine visjes. Als je het geluk hebt om in de tropen te duiken, zou het kunnen zijn dat een anemoonvisje (ja, Nemo) je in de vingers bijt. Een klein visje, slecht een paar centimeter groot, met een klein bekje en wiens beet kriebelt en ietsjes meer. Hij valt je aan omdat hij probeert zijn anemoon (zijn huis) waar je te dichtbij gekomen bent, te verdedigen. Hij verdedigt alleen maar zijn territorium. Op een dag zei een vriend tegen mij: “Als haaien net zo agressief zouden zijn als anemoonvisjes zou niemand vrijelijk onderwater kunnen rondzwerven.” Hij had gelijk.


Moraal  van het verhaal: respecteer grote vissen altijd, maar een haai zal je nooit aanvallen. Het zijn de kleinere vissen die kunnen aanvallen wanneer je dat het minst verwacht.

Doe nu je ogen achter het glas van je duikbril open en geniet van de show.






Over de auteur

Massimo Boyer is mariene bioloog, onderwaterfotograaf en schrijver, hij promoot duikreizen en is ook duikinstructeur en -gids. Hij is een groot deskundige betreffende de zeeën van Indonesië en DAN lid sinds 2008.




Deze tekst maakt deel uit van de publicatie Hoe diep is de zee (Com'è profondo il mare), onderdeel van de Collana del FARO gepubliceerd door het Istituto per l'Ambiente e l'Educazione Scholè Futuro Onlus, in samenwerking met il Pianeta Azzurro en DAN Europe voor het Scuola d'aMare project. Deze reeks omvat rechttoe rechtaan teksten voor gemakkelijk opzoeken en gebruik betreffende belangrijke milieuzaken en zaken betreffende sociale onderwerpen.

Geschreven teksten: Stefano Moretto, Mario Salomone, Massimo Boyer, Claudio Di Manao, Cristian Pellegrini.

Opmaak, illustraties en layout: Francesca Scoccia.

Download artikel
Deel dit

Gerelateerde artikelen